Vandaag was er een strippenkaartwandeling bij het Valkenburgse Meer met vijf honden. Er was veel wind en er waren allerlei afleidingen: andere honden, surfers op het water, wandelende mannen met surfplanken onder hun arm en het treintje.
Als het treintje eraan kwam, riep ieder de hond bij zich en lijnde deze aan. Op een afstandje konden de honden dan de trein bekijken.
Voor de jongste hondjes en voor een hond met veel angst voor geluid, is dat allemaal best spannend. Maar zo leren ze rustig te kijken en omdat wij niet allemaal in grote angst wegrenden, leren de honden ook, dat dit blijkbaar bij onze (rare) mensenwereld hoort.
De Win-Win situatie was, dat de machinist van de trein heel blij was, dat we de honden bij ons hielden. Daarvoor heeft hij ons ook tweemaal vanuit zijn cabine bedankt. Dat is leuk: positieve waardering, een soort beloning voor gewenst gedrag en daar wordt niet alleen een hond, maar ook een mens blij van!
Het lijkt wel of sommige honden altijd honger hebben en het blijft lastig om die mooie, smekende ogen te weerstaan.
‘Ach, dat ene stukje kaas of worst, als je in de keuken bezig bent, dat maakt toch niet uit?’ Nee, inderdaad, als het daarbij bleef en de hoeveelheid voer wordt aangepast, dan maakt het niet uit.
Maar ongemerkt krijgen honden soms veel te veel voedsel binnen: beloningssnoepjes, iets lekkers om op te kluiven, ‘tandenborstels’ (dental snack) en nog veel meer. Als ze dan ook nog eens weinig actief zijn, dan worden ze geleidelijk aan dikker en dikker.
Overgewicht
Overgewicht leidt, net als bij mensen, tot een hoger risico op allerlei ziektes en de gewrichten worden extra zwaar belast. De hond wordt minder actief omdat bewegen hem meer moeite kost en op den duur ook pijn gaat doen. Door de inactiviteit wordt de kans op gewichtstoename nog groter.
Voer
Hondenvoer wordt zeer zorgvuldig samengesteld, zodat een hond alles binnenkrijgt wat deze nodig heeft. Krijgt de hond vers vlees, dan moet dit worden aangevuld met allerlei extra stoffen, zodat een volwaardig dieet ontstaat. Een hond is namelijk wel van oorsprong een vleeseter (inclusief botten, merg, bindweefsel, ingewanden met voedselresten en huid), maar is door de domesticatie (de ontwikkeling van wolf tot gezelschapshond) gaan leven van het afval, dat mensen achterlieten of voor de hond bewaarden. Het is nog niet zo heel lang geleden, dat honden werden gevoed met de restjes van tafel en ‘hondenvoer’ niet eens bestond.
Op de verpakking van hondenvoer staat beschreven hoeveel een hond per dag moet eten. Maar die hoeveelheden zijn natuurlijk richtlijnen. Als er staat dat een hond tussen de 15 en 25 kg 200 gram moet krijgen, dan maakt het natuurlijk wel uit of de hond 15 kg weegt of 25… En een hond van 15 kg die de hele dag in de weer is en lange wandelingen maakt of andere activiteiten doet, heeft misschien wel meer nodig dan de hond van 25 kg, die voornamelijk als vloerkleed dient en bijna de hele dag ligt te slapen. (En uiteraard is het voor de fabrikant van voer handig als iedereen het maximum aan voer geeft, want dan is de zak sneller leeg en moet er nieuw voer worden gekocht!)
Illustratie van Marieke Noordhuis
Voeren ‘met het oog’ en ‘op gevoel’
Daarom is het belangrijk om te voeren ‘met het oog’ en de hoeveelheid voer aan te passen aan de conditie en de activiteiten van de hond. Oogt de hond dik? Dan een tijdje wat minder voer. De maaltijd aanvullen met (afgespoelde) sperziebonen uit blik en de hond zal afvallen!!! Een beetje meer bewegen helpt natuurlijk ook mee.
Is hij mager of is er heel veel drukte en activiteit? Dan misschien even wat meer.
Maar het is niet bij elke hond goed te zien of hij te dik is of juist te mager of precies goed. Dus is het belangrijk om te voelen: de ribben moeten goed voelbaar zijn! Als je aan de zijkant over de borstkas wrijft moet je de ribben bijna zo goed kunnen voelen als de knokkels van je hand. Als je de ribben echt ziet, dan is de hond te mager.
De hond moet een zichtbare taille hebben en de buiklijn moet na de ribbenkast omhoog lopen.
Valt een hond in korte tijd erg af of wordt hij plotseling veel dikker en slomer, dan is het altijd goed even langs de dierenarts te gaan!
Vanaf 1 september 2017 wordt alleen nog maar met strippenkaarten gewerkt.
Individuele begeleiding van pups, pubers en oudere honden en groepsactiviteiten worden verrekend met één of meer strippen. (Zie hieronder voor meer informatie.)
Individuele begeleiding
Honden leren het beste als ze niet worden afgeleid door de aanwezigheid van andere honden en mensen. Eigenaren hebben vaak heel specifieke vragen over het gedrag van de hond in hun eigen omgeving.
Door tijd, plaats en onderwerp steeds af te spreken met de individuele combinatie kan maatwerk worden geleverd.
Een half uur gerichte aandacht is effectief en zeker voor pups, al meer dan genoeg. De afspraken kunnen bij de hond thuis zijn, in de eigen wandelomgeving of bijv. bij Welkoop, in de duinen of op het strand.
Er kan aandacht worden besteed aan bijv. basisoefeningen, aan (ongewenst) gedrag, aan wandelen zonder trekken, los lopen, hier komen of de samenwerking met kinderen, afhankelijk van waar behoefte aan is.
Een afspraak van een half uur kost één strip. Een dubbele afspraak of een langere wandeling kost twee strippen. *)
Groepsactiviteiten
Het is ook leuk om andere honden te ontmoeten en dat kan dan bij de groepsactiviteiten, die 2 tot 3 maal per maand worden georganiseerd. Bij Welkoop (en op een enkele andere locatie) worden alle oefeningen steeds op het individuele niveau worden aangereikt en kunnen honden van alle leeftijden deelnemen.
De wandelingen, waarbij de honden veel van elkaar leren, zijn geschikt als de hond 6 maanden of ouder is.
Deelname aan een groepsactiviteit kost één strip.
Kijk op deze pagina voor meer informatie en tarieven.
*) Bij een reisafstand van meer dan 5 km prijsafspraak in overleg.
Honden zijn heel vaardig in het overleven en ze hebben uitstekende communicatievaardigheden. Maar in onze mensenmaatschappij is het soms erg lastig om deze vaardigheden goed te gebruiken.
Tijdens een tweedaags seminar van Sheila Harper over ‘Real Life Skills’ werden we meegenomen naar de wereld van de hond.
Definitie van Life Skills:
Life skills are abilities for adaptive and positive behaviour that enable individuals to deal effectively with the demands and challenges of life.
We werden uitgenodigd om na te denken over o.a. de volgende vragen:
Hoe ziet de hond onze wereld en welke vaardigheden heeft de hond nodig om te kunnen omgaan met alle situaties waarin wij de hond brengen?
Waarom laat de ene hond geweldige communicatievaardigheden zien en de andere niet? Of in de ene situatie wel en in de andere situatie niet?
Ontbreken de vaardigheden of hebben wij ze vervangen door ander gedrag (onder commando) of is de hond door gezondheidsproblemen of een te hoog stressniveau niet in staat de vaardigheden te gebruiken?
Daarnaast ging Sheila uitgebreid in op de manier waarop wij de hond kunnen helpen zijn vaardigheden te ontwikkelen en te gebruiken. En dat is niet door training of in scene zetten van situaties en al helemaal niet door de hond te testen (‘Even kijken of hij het aankan…’).
Wat we wel kunnen doen is goed (heel erg goed en dan nog beter) naar de hond kijken en zijn signalen waarnemen!
Afstand bewaren en de tijd nemen zijn belangrijke gereedschappen om de hond in de gelegenheid te stellen met een voor hem lastige situatie om te gaan. Zo kunnen we faciliteren dat hij gebruik maakt van zijn vaardigheden en deze, door positieve ervaringen, verder ontwikkelt.
Elk moment dat je met je hond doorbrengt moet tijd van de hond zijn, dus volle aandacht voor de hond en zijn beleving van de wereld om hem heen.
Kan een hond alleen zijn? Het wetenschappelijk verantwoorde antwoord op deze vraag is: “Nee”. Een hond is een roedeldier en heeft sociale interactie nodig. Hij is vergelijkbaar met een kind van drie jaar en aangewezen op de bescherming van zijn ouders. Welke ouder zou een peuter van drie jaar een uur, een halve of zelfs een hele dag alleen laten?
In onze maatschappij is de roedel het gezin en de hond is de ‘ranglaagste’ en volledig van ons afhankelijk. Als wij de hond alleen laten gaan we naar school, werk of andere bezigheden. Daar vinden we sociale interactie, afleiding, uitdagingen en… als het nodig is, vinden we meestal ook wel een wc. Als we die niet vinden, dan voelen we ons niet echt prettig.
De hond laten we alleen achter in een huis, zonder sociale interactie, zonder de steun van zijn roedelgenoten, zonder uitdagingen of afleiding en… als hij moet plassen, dan….
De hond zal zich dus alleen, eenzaam en onzeker voelen, zich vervelen, gefrustreerd raken en als zijn blaas zich dan ook nog meldt, wordt het wel erg lastig om braaf en stil in een mand te blijven liggen.
Het is dus niet verwonderlijk dat veel honden moeite hebben met alleen zijn: ze jammeren, piepen, blaffen en gaan soms slopen. Dat slopen kan echt heel ernstige vormen aannemen! Traptredes, tafelpoten, afstandsbedieningen, tablets, kabels, kussens en banken zijn niet bestand tegen de tanden van een gefrustreerde hond.
Als de hond toch alleen moet blijven, denk dan aan het volgende:
Beperk de tijd.
Laat de hond van te voren goed uit.
Zorg dat hij ook ‘geestelijk’ vermoeid is.
Zorg voor veilig kauwspeelgoed.
Zorg voor een rustige, prettige plek.
Geef iets wat ‘lekker’ naar u ruikt (vuile sokken…!)
Zet een zacht achtergrond geluid aan van radio of tv.
Bouw het alleen zijn van jongs af aan in kleine stapjes op.
Denk ook aan hondenopvang, hondenuitlaatdiensten e.d.
Een hond die te vaak en te lang alleen moet zijn, en hierdoor gefrustreerd raakt, kan allerlei vormen van ongewenst gedrag ontwikkelen. Denk dus goed na of de hond alleen moet blijven en zo ja, hoe vaak en hoe lang, want: voorkomen is beter dan genezen!
We doen erg ons best om de hond op te voeden, zodat deze komt als je hem roept of gaat zitten als je dat vraagt.
Maar hoeveel commando’s volgen wij zelf eigenlijk op?
De hond trekt aan de lijn en zonder het te merken geven we hem nog een metertje (flex) lijn en dan nog eens een armlengte extra… We hebben keurig het commando: ‘geef mij ruimte’ opgevolgd…
De hond spring tegen ons op en we roepen: ‘nee, laag!’ en gebaren heftig met onze handen: hoera, het baasje, maar ook de buurman, het bezoek en mensen op straat kennen het commando: ‘geef mij aandacht!’
De hond staat te springen en druk te doen voor de deur en die doen we open: de hond gaf het commando ‘open de deur’ en wij volgden dat keurig op.
De hond komt naast ons zitten of staan en we beginnen te aaien: commando ‘aai mij’…
De hond legt een bal of ander speeltje voor ons neer en zonder na te denken pakken we het aan en gooien het weg of spelen een trekspelletje. Het commando ‘speel’ is weer perfect uitgevoerd.
Door eens op deze manier naar hondengedrag te kijken, wordt het ineens duidelijk waarom het soms zo lastig is om ‘ongewenst’ gedrag af te leren.
Als de hond 99x succes heeft met trekken aan de lijn, dan is het heel lastig om te leren om niet te trekken. Die paar keren serieus oefenen wegen niet op tegen 99x succes! En dat geldt natuurlijk ook voor opspringen, aandacht vragen e.d.
Als in de boeken staat dat de baas het initiatief moet nemen tot spel en je gaat je daar ineens aan houden, raakt de hond erg gefrustreerd en verward omdat je niet meer reageert op zijn commando ‘speel’! Hij gaat dus alles uit de kast halen om je wel zo ver te krijgen…En… meestal met succes! Want er is altijd wel iemand die dat uiteindelijk niet kan weerstaan en toch de bal even weggooit! En wat succes heeft, wordt herhaald…
Veel van het gedrag dat wij als ‘ongewenst’ beschouwen is ‘natuurlijk’ gedrag of door onszelf aangeleerd gedrag, omdat we de hond geen duidelijke grenzen hebben aangegeven of regels hebben aangeleerd. Integendeel, we hebben zijn commando’s steeds feilloos opgevolgd. En omdat gewoontes afleren lastiger is dan aanleren, hebben we dan ‘een uitdaging’.
Begin daarbij met het eigen gedrag (en dat van de gezinsleden) aan te passen, dan zal het gedrag van de hond vanzelf volgen.
Want het is natuurlijk niet eerlijk om de hond te ‘straffen’ voor dingen die we zelf hebben toegelaten en aangeleerd!
Deze week werd er tijdens een hondenles gesproken over middelen tegen vlooien en teken. Er kwam naar voren dat al die chemische middelen niet prettig zijn. Karnemelk wordt dan ook door diverse fokkers aangeraden. Bekijk deze link en lees meer.
Ook knoflook kan bijdragen aan de bescherming. En zowel karnemelk als schapenvet dragees met knoflook zijn hier in huis – met op dit moment twee honden – een enorm succes! Over de effecten valt nu nog niets te zeggen, maar ze drinken en eten het graag, maar… het zijn wel allebei labradors!
Uiteraard maakt iedere hondenbezitter in samenspraak met fokker, dierenarts en dierenspeciaalzaak eigen afwegingen over voer en bestrijding van ongedierte. Maar als de chemische middelen je tegenstaan, kan dit een suggestie zijn.
Zelfs deze op voer gerichte labrador kan de open hand met een heerlijk stukje worst negeren. Want hij weet dat dit wegkijken en niet pakken uiteindelijk een lekkere beloning zal opleveren! Zo maakt de hond een verstandige keuze en ontstaat er wederzijds respect.
Dit is één van de oefeningen – gebaseerd op impuls controle – die aan bod komen in de RVS-cursus, Rust Vertrouwen en Samenwerken.
Hulde voor deze gelegenheidscombinatie, handler en hond kenden elkaar net een half uur!!!
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.