Spraakverwarring en talenknobbel

Veel misverstanden, angsten en bijtincidenten ontstaan doordat honden en mensen verschillende talen spreken. Spraakverwarring ligt op de loer.

Honden praten de hele dag tegen ons, maar we moeten hun taal wel leren verstaan en dan is een talenknobbel handig.

Bij angst voor honden is het heel belangrijk te weten wat de hond zegt en ook, hoe je ‘in hondentaal’ op de hond kunt reageren. Iemand die angstig is en een hond ziet, verstart en kijkt de hond met grote ogen aan. In hondentaal is dat een stevige vorm van bedreiging: het misverstand is geboren. Als de angstige persoon dan keihard begint weg te rennen, wordt het jachtinstinct van de hond geactiveerd. Luid blaffend wordt de achtervolging ingezet. De angst van de bange persoon neemt toe, de hond raakt in een hoge staat van opwinding en voldoet aan het beeld van een gevaarlijk beest.bedreigd-agressief

Angst voor honden en katten is overigens heel natuurlijk: hondachtigen (hond, wolf, hyena) en katachtigen (kat, leeuw, tijger) zijn roofdieren met indrukwekkende tanden en kiezen die grote schade aan kunnen richten. Begrip en respect voor honden, kennis van hondentaal (lichaamshouding, stand van oren en staart en de zichtbaarheid van tanden) helpen mee om misverstanden uit de weg te ruimen en honden op de juiste manier te benaderen.

aaien is niet leuk
De hond duikt weg voor de hand!

Honden zijn niet dol op aanhalingen en knuffels, al vinden wij mensen dat zij dat altijd leuk moeten vinden. En een hond die kwispelt is niet per definitie blij, maar wel opgewonden en opwinding kan gauw tot ‘ongewenst’ gedrag leiden… Als ze wel aangehaald willen worden, dan laten ze dat wel weten:

tevreden Als iemand dit leert zien en daardoor met meer respect met een hond omgaat, zal de hond meer vertrouwen krijgen in deze persoon en ontstaat een plezierige samenwerking!

Printversie: 2016-spraakverwarring-en-talenknobbel

Angst en angstfase

Printversie: 2016 Angst

In het begin is een pup nergens bang voor. De hele wereld is interessant en uitdagend: je kunt er in bijten, tegenop klimmen, naar blaffen en mee spelen.

Maar zo rond de 12e week komt de pup in een nieuwe fase, die ook wel de angstfase wordt genoemd.  Nu is het extra belangrijk om de hond zonder dwang te laten wennen aan alles wat je in onze mensenwereld tegen kunt komen. Wij schrikken niet van een overvliegend vliegtuig, van het trompetgeschal of de grote trom in de fanfare, het geluid van een vuilniswagen, een man met een pet, of een vuilniszak die ineens op straat staat. Maar wij hebben dat ook moeten leren: als je het voorwerp, het geluid, de prikkel kent en begrijpt, dan is deze niet meer (zo) beangstigend.

Daarnaast is de belevingswereld van een puppy heel anders dan die van ons. Ga eens op ooghoogte zitten of liggen met je hond en bekijk dan eens hoe de wereld eruit ziet. En bedenk dat de neus en oren van een hond vele malen gevoeliger zijn dan die van ons. Misschien heeft de hond iets gehoord of geroken wat wij onmogelijk kunnen waarnemen.

poster angst honden

Hoe zie je dat de hond angstig is?

  • De hond geeft stress-signalen, waaronder:
    • Wegkijken (alleen met de ogen, met de hele kop of met het hele lichaam)
    • Tongelen (het puntje van de tong gaat even naar de neuspunt)
    • Bek aflikken (de tong gaat langs de bek)
    • Gapen
    • Hijgen
    • Schudden
    • Krabben
    • Ineens ontzettend snuffelen, graven of bijten (bijv. in de riem)
  • De hond wil niet meelopen
    • Hij gaat zitten of liggen of trekt achteruit.
    • De hond schuilt tussen of achter je benen
  • De hond heeft een angstige houding:
    • Oren naar achteren en laag
    • Gezicht is ‘strak’, alles lijkt naar achteren getrokken
    • Geen ontspannen bek, maar gespannen gesloten of open en hijgend

csared

  • Het gewicht leunt naar achteren.
  • De staart is laag of wordt ingetrokken, tussen de poten
  • De hond springt afwisselend blaffend vooruit en weer terug, met lage oren.

Hoe pak je die angst aan?

Het is aan ons, de ‘baas’ van de hond, om hem te leren om te gaan met de prikkels die hij tegenkomt. En als hij angstig is, moeten wij helpen om  die angst te verminderen en aan de prikkel te wennen.

Hoe? Niet door dwang en ook niet door troosten!

Stel dat ik erg bang ben van spinnen en jij zegt tegen mij: “Stel je niet zo aan!” en je sleurt mij door een bos met wel duizend spinnen en andere gevaren, dan leer ik niets, hoogstens dat ik anders ben dan jij en niet begrepen word. Mijn angst neemt niet af, integendeel, mijn vertrouwen wordt minder, de volgende keer wil ik niet meer met jou mee.

Stel dat je zegt: “Ach, arme jij, wat zielig, ja, het is eng, erg eng, kom maar bij me dan troost ik je”, dan leer ik dat mijn angst terecht is en neemt die toe en ben ik de volgende keer nog banger.

Maar als je samen met mij naar een spin gaat kijken, op veilige afstand, en je legt me uit dat die spin een mooi beestje is, dat de spin een web kan maken en nuttig is omdat het mugjes vangt en helemaal niet in mij is geïnteresseerd, dan krijg ik vertrouwen in jou en in mijzelf en ik leer dat een spin niet direct een gevaar oplevert. De volgende keer ga ik graag mee, want met jou erbij durf ik best naar een spin te kijken.

Zo werkt het ook met honden, alleen begrijpen die niets van de uitleg… Maar ze horen wel je stem, die rustig en vertrouwd tegen hen praat. Dat biedt veiligheid. “Mijn baas heeft alles onder controle, die is niet bang, ik hoef niets te doen om mijn baas te verdedigen of te helpen vluchten, het is goed.”

Vechten of vluchten

Als een hond (of een mens of een ander dier) angstig is zijn er twee mogelijkheden: vechten of vluchten.

Vluchten is bij de hond: wegkijken, wegdraaien (rug naar gevaar), achter je benen gaan staan, langs de muur lopen, achteruittrekken, zitten/liggen of er daadwerkelijk ‘met de staart tussen de poten’ vandoor gaan.

Als al deze signalen niet helpen en je baas blijkbaar het gevaar niet snapt en het gevaar blijft dreigen, dan kan je ook uit angst voor de aanval kiezen:

 

Vechten! Je springt blaffend en wel naar voren en snel weer terug. Heb je geluk, dan gaat het gevaar er vandoor (de vuilniswagen die verder rijdt, de brommer die voorbij kwam en wegrijdt, de fanfare die verder loopt!). Wat een geweldig succes, dat moet je herhalen… Dus bij de volgende vuilniswagen, brommer of fanfare gebeurt hetzelfde en nu met meer overtuiging.

Zo ontstaat een reactieve hond, terwijl de oorspronkelijke angst nog steeds bestaat. Het is dus beter om de hond stapsgewijs aan prikkels te laten wennen.

Wennen

Zoek een veilige afstand van de prikkel die angst oproept. Dat is de afstand waarop de hond de prikkel ziet, ruikt en/of hoort, maar nog nauwelijks angst vertoont.  Beloon hem voor kijken zonder te blaffen of weg te duiken. Stel hem gerust, kijk samen, beloon hem met het allerlekkerste voertje of een trekspelletje met het favoriete speeltje. De hond associeert de prikkel nu met iets lekkers of leuks, iets positiefs! Leer hem zo stapje voor stapje, dat het niet eng is en dat vluchten of aanvallen niet nodig is. Verklein bij de volgende sessie de afstand een klein stukje, steeds een beetje dichter bij de prikkel. Veel korte trainingssessies hebben meer effect dan één lange.

En onthoud, een bange, angstige, geprikkelde hond kan niets leren, hoort geen rustgevende stem en neemt geen voer aan, dus je kunt hem op dat moment niet meer helpen of trainen! De enorme hoeveelheid vrijkomende adrenaline kan uiteindelijk ook nog schadelijk zijn voor de gezondheid.

Een hond met vertrouwen, die heeft geleerd om met allerlei prikkels om te gaan, ervaart weinig angst en wordt een fijne, vriendelijke en stabiele kameraad, die niet overmatig blaft naar alles wat voorbij komt en ook niet steeds wegkruipt of vlucht.

happy

 

 

Agressie-ladder

Een hond zal alleen agressief gedrag vertonen, als er geen andere keuze is. Agressie levert namelijk in een roedel niets op, het geeft alleen maar kans op verwondingen en dus op verzwakking van de groep!

Daarom hebben honden veel communicatiemogelijkheden om de ander duidelijk te maken dat deze afstand moet houden. Onderling verloopt deze communicatie vaak probleemloos.

Al op grote afstand kunnen honden elkaar vertellen, dat ze niets van elkaar te vrezen hebben, bijv. door wegkijken (de ogen, de hele kop en soms het hele lichaam van de ander wegdraaien). Ook zullen honden elkaar vaak met een boogje benaderen, dat is ‘beleefder’ dan recht op de ander aflopen.

Maar de communicatie tussen mens en hond loopt soms wat minder soepel, omdat de hond onze taal niet verstaat, maar vooral omdat wij de subtiele communicatie van de hond vaak niet herkennen.

Als iemand ons niet verstaat, gaan we steeds harder en soms ook agressiever praten! Als wij (of een andere hond) de hond niet verstaan zal deze naar steeds ‘hardere’ middelen grijpen.  En uiteindelijk… bijten want…. ‘wie niet horen wil, moet voelen’

In dit figuur zijn de opeenvolgende gedragingen goed weergegeven:

ladder final
Illustratie Marieke Noordhuis

Eerst gapen, knipperen en tongelen (snelle beweging van puntje van de tong richting neuspunt), dan wegkijken, wegdraaien en zitten met geheven poot. Daarna  volgen steeds meer angstige gedragingen zoals weglopen, kruipen met de oren naar achteren, de staart tussen de benen trekken en liggen. En pas daarna komen de meer agressieve gedragingen: verstijven, aanstaren, grommen, snappen (in de lucht happen) en het echte bijten.

Als een hond dus bijt, heeft iemand alle voorgaande signalen gemist…!!!

Door goed naar je hond te kijken, leer je de signalen herkennen. Op die manier kan jij er, als verantwoordelijke, voor zorgen dat de hond zo min mogelijk in – voor de hond -stressvolle, bedreigende situaties komt.

En let op… wat wij als heel gewoon, ontspannen en veilig ervaren, kan voor de hond veel stress geven. Denk aan een drukke verjaarsvisite met allemaal benen, handen en kinderhandjes die de hond willen vastpakken en omhelzen. Reuze leuk en gezellig allemaal, maar voor de hond kan dit zeer bedreigend zijn en dan liggen uitvallen en bijten op de loer!

Kleine kinderen (onder de 12 jaar)  zijn meestal niet in staat om hondengedrag te interpreteren en mogen dus NOOIT zonder toezicht met de hond alleen zijn. Ze mogen geen trekspelletjes doen (het opwindingsniveau van de hond neemt toe en daarmee de stress), geen speeltjes of eten uit de bek proberen te halen, de hond niet omhelzen en de hond nooit storen als hij ligt te slapen, op een bot knaagt of slaapt!

Zie ook hier.